Psychologische tests meten geen competenties of competentieniveaus (dat kan alleen het assessment). Wél meten ze de aanlegfactoren onder de competenties en geven daarmee indirect zicht op het gemak waarmee iemand een competentie kan beheersen. Elke competentie - er zijn er circa 50 - vraagt specifieke aanlegfactoren. Omgekeerd geven de aanlegfactoren al een preview op de bovenliggende competenties. Het gaat nooit om één factor; elke competentie doet een beroep op een arrangement van persoonseigenschappen. Soms is dat arrangement vrij eenvoudig. Zo wordt Doorzettingsvermogen hoofdzakelijk bepaald door de eigenschappen Ambitie en Zelfdiscipline, met ondersteunend een stabiele (laag-neurotische) persoonlijkheid.
Een meer complexe competentie als Onderhandelen doet naast Intellectuele Capaciteiten een beroep op eigenschappen in elk van de persoonsdomeinen. Ook Leiderschap berust op een scala aanlegfactoren. Zijn deze aanwezig dan komt uit de tests in ieder geval een potentiële manager naar voren.
Ook van belang is de mate waarin een competentie überhaupt ontwikkelbaar is. Als de persoonseigenschappen een overwegende rol spelen, zoals bij Doorzettingsvermogen, Frustratietolerantie, Stressbestendigheid of Analytisch Vermogen is de ontwikkelbaarheid laag tot nihil (persoonseigenschappen en intellectuele capaciteiten zijn immers niet of nauwelijks ontwikkelbaar). In feite kan men voor dit type competenties reeds met psychologische tests volstaan...
Beter ontwikkelbaar zijn de competenties waarin kennis en vaardigheden een relatief grote rol spelen, zoals Onderhandelen of Coachen. Maar ook daar leggen de aanlegfactoren een plafond. Wie niet intelligent is, niet kan geven & nemen, weinig hartelijk & sociabel is, of geen zelfdiscipline heeft, zal nooit een goede onderhandelaar worden.
De betrouwbaarheid van een testuitslag hangt niet alleen af van de kwaliteit van de test, maar ook van de oprechtheid waarmee de kandidaat de vragen beantwoordt. In theorie kan hij dit manipuleren met zgn. wenselijke beantwoording: door interpretatie de vraagstelling herleiden tot een kennelijk, waarschijnlijk of verwacht antwoord. In de praktijk doet dit fenomeen zich in nog geen 5% van de gevallen voor en zijn kandidaten doorgaans eerlijk en oprecht. Daaraan liggen goede redenen ten grondslag. Bij de meeste kandidaten zijn die zelfs gezond egoïstisch: