Coachingtrajecten zijn nooit dezelfde. Per individu en per opdracht verschilt het doel. Iedereen heeft verschillende wensen en ambities en loopt in de praktijk tegen andere vragen aan. Maar nooit verschilt het vertrekpunt: de persoon. Hoe meer van de persoon bekend is - aanleg, talenten, intellectuele capaciteiten, persoonlijke en beroepsmatige affiniteiten, sterke en minder sterke competenties - , des te beter kunnen vragen op het gebied van persoonlijke effectiviteit door coach en ‘pupil’ beantwoord worden en vervolgens aan beroepsgedrag, praktisch functioneren en concrete loopbaanmogelijkheden gerelateerd worden. In aanvang van het traject moeten dus alle registers open voor onderzoek naar de aanlegfactoren (persoonseigenschappen en intellectuele capaciteiten) en de competenties (aanlegfactoren + vaardigheden + kennis).
Onze stelling: Het vergaren van al deze informatie vraagt van de coach fundamentele kennis en inzicht hoe mensen “in elkaar zitten”, alsook van de instrumenten om dit te onderzoeken, te meten en te beoordelen. En bovendien van de know-how hoe ze te gebruiken.
Coachingtrajecten kennen naar onze ervaring altijd een doel in de praktijk: lekker in je vel zitten, en daarmee verhoging van de persoonlijke effectiviteit in functie A, betere aansluiting bij functietype B, bij functieniveau C of bij organisatie D. Hierbij is van ondergeschikt belang, of het doel bij aanvang bekend is, of diffuus en tijdens het traject wordt bepaald.
Onze stelling: Kennen en begrijpen van de praktijk is voor de coach een must.
Natuurlijk, de coach vertelt niet wat te doen, hij helpt bij maken van keuzes. Hij is het klankbord die de motieven probeert boven water te krijgen en zorgt dat de pupil zelf ineffectief gedrag herkent en aanpakt. Maar - de coach is ook een adviseur, die zorgt voor tips & tricks en praktische aanpak. En soms ook de ambassadeur die de organisatie op de schouder tikt als randvoorwaarden rammelen.
Onze stelling: Functioneren wordt bepaald door de competentie van het individu en de randvoorwaarden van de organisatie.
De ‘match’ van onze visie met onze arbeidspsychologische en bedrijfskundige kennis & ervaring leidt tot een onderscheidende stijl van coaching, met als kenmerken:
• Uitgebreide en professionele arbeidspsychologische persoonsanalyse, te beginnen met de aanlegfactoren, eindigend bij de huidige competenties en competentieniveaus
• Grondige verdieping in de praktijk van het coachingdoel: Wat wil de persoon in kwestie zelf? Wat vragen de functie, het functietype of het functieniveau precies? Wat is van kritisch belang voor succes? Wat vragen de organisatie en de organisatiecultuur?
• De coach is goed thuis in de organisatie of zorgt daar via interne briefing voor
• Gestructureerde, ‘bedrijfsmatige’ aanpak van het coachingtraject: vastomlijnde stappen, duidelijke planning, SMART afspraken (ook hier is BAPAS praktisch: tijdens het traject oefent de kandidaat vanzelf competenties als Resultaatgerichtheid, Procesgerichtheid, Plannen-Organiseren-Coördineren, gesprekstechnieken, Uitdrukkingsvaardigheid).